Themamiddag Verhalen over fotocollecties in Nederlandse erfgoedinstellingen (verslag)

Op donderdag 12 maart j.l organiseerde het OKBN een themamiddag met de titel: Verhalen over fotocollecties in Nederlandse erfgoedinstellingen. De bijeenkomst vond plaats in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam.
Mattie Boom, conservator fotografie van het Rijksmuseum en Anneke van Veen, conservator van het Stadsarchief Amsterdam, hielden presentaties over respectievelijk diverse collecties fotoboeken in de Rijksmuseum Research Library en vrouwelijke fotografen in Nederland in het interbellum.

De collectie fotoboeken in de bibliotheek van het Rijksmuseum bestaat uit zo’n 20.000 banden en ca. 1500 fotoalbums, waarbinnen uiteraard verschillende collecties vertegenwoordigd zijn. Daarnaast zijn er nog ongeveer 160.000 afzonderlijke foto’s. In eerste instantie betrof de collectie van het Rijksmuseum de fotografie in de 19e eeuw, vanaf 2005 is er echter ook een actief verzamelbeleid van 20e eeuws materiaal. Aan de hand van een groot aantal voorbeelden van foto’s alsmede de manier waarop zij werden gepubliceerd wordt een duidelijke indruk van de ‘status’ van de nieuwe kunstvorm fotografie gegeven: aanvankelijk afgedrukt binnen een kader, als gold het prenten of schilderijen, fotografisch geïllustreerde boeken, afzonderlijke foto’s en tenslotte het fotoboek als vrijwel zelfstandig kunstobject. Door de aanwezigheid van zoveel divers materiaal hebben zowel de fotocollectie als de bibliotheek de functie van een ‘laboratorium’, waar niet alleen onderzoek naar de verspreiding, toepassing en doel van de foto kan plaats vinden maar ook onderzoek naar het beeld en de receptie. Bijzondere aandacht kreeg de collectie van Steven Joseph de Britse fotografie historicus die in 2001 zijn collectie aan het Rijksmuseum verkocht. Deze collectie die boeken over de meest uiteenlopende onderwerpen bevat, geeft een beeld van de ontwikkeling die het fotografisch geïllustreerde boek in de loop van de 19e eeuw doormaakte.

De presentatie van Anneke van Veen was gebaseerd op het onderzoek dat zij uitvoerde voor de tentoonstelling ‘Modern perspectives: foto en film Amsterdam 1920-1940’ (Stadsarchief Amsterdam 2019). Tal van vrouwelijke fotografen, die tijdens het interbellum in Nederland werkzaam waren, passeerden de revue. Bekende namen van het eerste uur zijn o.a. Éva Besnyő, Germaine Krull en Hanna Elkan. Zij waren vrijwel allen migranten en hadden in hun eigen land een degelijke foto-opleiding gevolgd; in Nederland bestond zo’n opleiding nog niet.
De foto’s van Germaine Krull hadden een groot bereik in de Franse geïllustreerde publieksbladen. Van haar portfolio Metall (1928) is een artikel te vinden in het Franse geïllustreerde tijdschrift ‘Vu’. In het Nederlandse tijdschrift ‘Variété’ staan publiciteitsfoto’s van de film ‘Regen’ waaraan Germaine Krull met Joris Ivens werkten. In één van de eerste nummers uit 1935 van het blad ‘Wij’ (uitgave van de Arbeiderspers) staan ook foto’s van Germaine Krull. De markt van geïllustreerde tijdschriften was dus belangrijk voor het verspreiden en het onder de aandacht brengen van foto’s. Daar konden opdrachten uit voort komen. Hanna Elkan (1893-1967), was in Amsterdam de eerste fotografe met een eigen portretstudio, in de Van Baerlestraat. Ze was bekend in de artistieke en intellectuele kringen in Amsterdam en maakte o.a. portretten van componist Igor Stravinsky en kunstschilder Ernst van Leyden. Éva Besnyő werkte samen met Hajo Rose. Voor Metz & Co maakten ze een fotomontage. Annemie Wolff (1906-1994) was met haar echtgenoot, filmmaker en architect Helmuth Wolff in 1933 op de vlucht voor de nazi’s vanuit Berlijn naar Nederland gekomen. In het tijdschrift Kleinbeeld-foto (september 1938) verscheen een artikel over hun werk. Na de inval van de Duitsers in Nederland in 1940, deden zij een zelfmoordpoging die alleen Annemie overleefde. Fotografe Emmy Andriesse (1914-1953) maakte voor de tentoonstelling fotografie in het Stedelijk Museum in Amsterdam in 1937 het affiche. Vanwege haar Joodse afkomst moest ze in de Tweede Wereldoorlog onderduiken. Ze maakte iconische foto’s over kinderen in de hongerwinter. Ter sprake kwam natuurlijk ook: Maria Austria [Oestreicher] (1915-1975) die haar opleiding in Wenen volgde. Zij was samen met haar zus die textielontwerpster was, gevlucht. Zij richtten het bureau ‘Model en Foto Austria’ op. Waarvoor Maria veel portret- en modefoto’s maakte. Haar werk is ondergebracht in het Maria Austria Archief.

Helaas moest de middag nogal abrupt worden beëindigd omdat het museum i.v.m. de corona-uitbraak vervroegd sloot. De helft van de deelnemers aan de Themamiddag heeft de tentoonstelling Sterke Verhalen kunnen bezoeken en de andere helft kreeg een rondleiding door de bibliotheek door fotograaf en bibliothecaris Sjef van Duin. Helaas was er geen gelegenheid meer om de groepen te wisselen.

Presentatie Mattie Boom